104b:
Parelgrijs koekoek
Elke
veer is op een parelgrijze grondkleur,
drie of viermaal licht boogvormig overdwars onderbroken door een vrijwel witte
tekening, die niet scherp begrensd is. In de sierveren is het aantal dwarsbanden
groter naar verhouding tot de lengte van de veer. In die veren, doch het meest
in het hals- en zadelbehang, neigt de tekening naar een omgekeerde V. De
koekoektekening moet over het gehele lichaam duidelijk
waarneembaar en zo gelijkmatig
mogelijk zijn.
De
donskleur is licht parelgrijs.
De
hen is over het algemeen getekend als de haan, doch toont een minder
duidelijk waarneembare tekening.
De
donskleur is licht parelgrijs.
Anders
gekleurde veren; te lichte grondkleur. Te smalle banden bij de hen of te brede
banden bij de haan
Gele aanslag in de sierveren van de
haan. Wit in vleugels en staart bij de haan.
Onvoldoende koekoektekening bij de hen.
Iets
te lichte of te donkere grondkleur. Veerschachten iets donkerder van kleur dan
het veerveld. Te weinig tekening in de staart van de haan.
Deze pagina is een onderdeel van de homepage van de NHDB
©Copyright NHDB
Niets van deze pagina's mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
No parts of this pages may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other without written permission from the publisher.